Ons brein, een ingewikkelde massa, maar stuurbaar bij de juiste benadering!

Gepubliceerd op 26 april 2019 01:08

26 april 2019

Ons brein een ingewikkelde massa

Leren, cognitie en sociale media

Hoe werken brein-netwerken samen?

Waarom is gaming niet goed voor het brein, onze aandacht, concentratie en betrokkenheid bij taken! 

De rol van aandacht:

Wat moet het brein aan en uitzetten en in welke mate om in concentratie en aandacht te werken. Welke breinactiviteit is nodig voor hoge betrokkenheid!

Het verschil tussen het DMN ‘het rust netwerk, het SAN ‘het reflex netwerk’ en het aandachts netwerk’, in het kort uitgelegd.

Het brein moet het Default Mode Netwerk, het DMN ‘rustnetwerk’ uitzetten, het netwerk dat actief wordt wanneer we niet zozeer doelgericht en bewust met een taak bezig zijn. Daarintegen is het belangrijk dat het brein de aandacht netwerken aanzet.

Het Saliante netwerk, het SAN: heeft sterke verbindingen tussen de amygdala en insula en zorgt dat we alert raken bij prikkels die belangrijk, gevaarlijk, nieuw en afwisselend zijn.

Als dit netwerk niet zo actief is dan zie je dromertjes, treuzelaars. Is het Saliante netwerk actief, dan is het DMN minder actief. De aandachts-netwerken gaan dan aan en zo kunnen we ons goed richten op onze taak.

Bij zwaardere cognitieve taken wil je dat het DMN activiteiten staakt. Dat het Saliantie netwerk (SAN) niet zo sterk reageert op prikkels en dat het aandacht-netwerk aan gaat. Die stand willen op school voor leren, huiswerk en taken.

Dus de DMN moet rustiger en de AN actiever. SAN blijft soms prikkels afvuren, daardoor wordt DMN nog meer afgesloten en kan de AN niet goed werken omdat er te veel prikkels zijn.

Dat is niet fijn voor mentaliseren en leren. En dat is juist de stand die we hebben bij teveel gebruik van nieuwe media, gaming etc.

Dit onderzoek is gebaseerd op het werk van Raichle en Menon.

Wat is het probleem: we laten steeds meer onze aandacht sturen door media en sturen steeds minder zelf onze aandacht.

De SAN-stand bepaalt hoe we reageren op prikkels. San =“reflexbrein”, daar waar het reflex-brein domineert moet het denk-brein (AN) wijken.

Beide AN en SAN geven dopamine af, een kleine kick. In het aandachts-netwerk gaat dat langzaam, je moet er inspanning voor leveren. Eerst werken dan de beloning.

Bij SAN verloopt de prikkel anders. Elke prikkel leidt tot een snelle afgifte van dopamine, een snelle kick.

Dopamine kan het effect van drugs hebben. In de SAN wordt dopamine snel afgegeven en snel opgeruimd. Bij een tekort gooien we er gewoon weer wat prikkels tegenaan voor de volgende kick. Cirkel: prikkel zoeken - prikkel krijgen - dopamine shot krijgen - dopamine heropname - dopamine behoefte – prikkel zoeken – prikkel krijgen…. en zo verder.

Het lekkere gevoel van de prikkels/kicks zorgt ervoor dat we meer prikkels zoeken. Dus blijft ons brein graag gamen en bezig met sociale media.

Bij cognitieve trainingen kunnen we dit onderwerp niet onbesproken laten, omdat het onze aandacht betreft. Onze aandacht hebben we nodig om goed te functioneren in het dagelijkse leven en met name bij schooltaken, instructie en leren.

Bij cognitieve trainingen JM, S.M.A.R.T. , AP en MyCQ trainen we het aandachts-netwerk, het AN. Daar kunnen we een overactief SAN niet bij gebruiken.

Trainen en Gamen is blazen tegen de storm. De behandeling gaat dan geheid mislukken.

Kinderen met zwakkere aandacht gaan significant meer bewegen om zichzelf prikkels toe te dienen. (dat zie je als kinderen meer gaan bewegen, wiebelen,  bij moeilijkere taken)

 

Als het AN (= werkgeheugen) niet goed werkt heeft dat nare consequenties, zoals faalervaringen, het ontwikkelen van een negatief zelfbeeld of afkeer van schoolse taken. Een reflexmatige reactie is dat kinderen of volwassenen de neiging hebben deze nare consequenties te willen vermijden en dat situaties die geassocieerd worden met een falend werkgeheugen worden ontlopen.

 

In de training stel je het kind bloot aan die situatie die het eigenlijk wil vermijden. In de training zie je de meest spectaculaire vermijdingsreacties optreden. En telkens moet je dan het kind weer met de aandacht terugbrengen naar de training. Daarom is het noodzakelijk dat het kind de training onder begeleiding van de coach en ouder doet. Ook maakt zo’n training direct het mee-vermijden van de ouders duidelijk. Zij vinden het vaak sneu voor het kind en stellen, in bijzijn van het kind, vraagtekens bij de training en/of het niet teveel van hun kind vraagt. Heel begrijpelijk overigens, maar daarmee wordt het probleem versterkt.

bron:

'Ons brein in de Mangel' door Berrie Gerrits, LerendBrein


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.