denken in Beelden

  • Wat is beelddenken?
  • Lesstof vertalen naar beelden
  • Een woord, meerdere betekenissen - lege woorden
  • Beelddenken en hersenen
  • Beelddenken is een gave
  • Beelddenken en leerproblemen
  • Beelddenken topdown 1
  • Beelddenken topdown 2
  • Beelddenken topdown 3
  • Beelddenken en impulsief gedrag
  • Beelddenken en ruimtelijk inzicht
  • Beelddenken en impulsief gedrag
  • Overprikkeld raken, een rot gevoel
  • Hyperfocus
  • Beelddenken en Hoogsensitief
  • Beelddenken en dyslexie
  • Beelddenken en ADHD/ADD
  • Beelddenken en autisme
  • Beeldenken en hoogbegaafd
  • Is je kind een beelddenker?
  • Ben jij een beelddenker?
  • Karaktervergelijking

 

Bron: www.ikleeranders.nl

 

Een grote groep ondergewaardeerde leerlingen heeft juist een bijzondere gave: het zijn beelddenkers! Zij denken niet in woorden, maar in beelden. Daarom wordt het lesmateriaal niet begrepen en onthouden. Vaak hebben beelddenkers een leerachterstand of denkt men aan dyslexie. Bijles helpt niet of nauwelijks omdat er dan nog meer schoolwerk op ‘foute’ wijze wordt aangeboden.

Lesstof vertalen naar beelden

De leermethodes in het reguliere onderwijs sluiten niet aan bij alle denkwijzen. Logisch, want de meerderheid van de mensen (±95%) leert auditief digitaal (via het gehoor). Slechts een kleine groep leert visueel. Tijdens de sessies ‘Ik leer anders’, leer je hoe je de lesstof vertaalt naar beelden. Hiermee krijgt de beelddenker grip op het opslaan, verwerken en onthouden van de aangeboden lesstof. Direct resultaat doordat we de lesstof op de juiste manier aanbieden aan de leerling. Hij of zij kan direct vertellen of deze leermethode werkt. Dus geen eindeloos traject zonder resultaat. Tijdens de eerste sessie kunnen leerlingen met bijvoorbeeld een taalprobleem, woorden foutloos spellen. Van voor naar achter, maar ook van achter naar voor. Simpelweg omdat ze het woord als woordbeeld hebben opgeslagen.

Iedereen gebruikt het zelfde informatieproces:

  • opnemen
  • verwerken
  • opslaan/onthouden
  • gebruiken

Per persoon verschilt de voorkeur van het opnemen, verwerken en onthouden van de informatie (informatiesysteem):

  • horen (auditief)
  • voelen (kinetisch)
  • denken (auditief digitaal)
  • zien (visueel = beelddenken)

Denk aan het woord stoel. Wat zie je?
Zie je de letters S-T-O-E-L (auditief digitaal)
of zie je een plaatje van een stoel? (visueel).
Zie je een plaatje? Lees dan vooral verder!

Denk eens aan het woord ‘HUIS’. Velen zien dan de letters H-U-I-S in hun gedachte. Anderen zien echt een plaatje van een huis. Compleet met schoorsteen en rookwolkjes. Beelddenkers moeten het beeld vervolgens omzetten naar taal. Dit kost tijd. Op school heb je dus meer tijd nodig om een dictee of proefwerk te maken. Ook kunnen beelden de aandacht afleiden omdat ze een eigen leven gaan leiden. Uit het huis komt een mannetje dat zijn hond uit gaat laten…. enz.

 

Een woord, meerdere betekenissen

Op jonge leeftijd is het moeilijk te begrijpen dat er verschillende beelden bij hetzelfde woord horen. Ook andersom. “Dit is een meeuw.” “Nee, mama, het is een vogel!”
Nieuwe informatie moet aansluiten bij de informatie in het geheugen. Of je moet bewust een nieuw vakje aan maken in het hoofd.
 

De meeste woorden kun je visualiseren: hond, huis, lopen enz. Het gelezen woord kan worden omgezet in een beeld. Dit kost tijd. Wanneer een beelddenker schrijft, moeten alle beelden worden omgezet in taal. Een examen neemt dus meer tijd in beslag.

 

“Lege” woorden


Bij een aantal woorden kan je geen beeld oproepen: geen, niet, de, het, een, omdat, die, dat, hulpwerkwoorden, enz. Een beelddenker onthoudt beelden. Dus hoe moet je een woord onthouden als er geen beeld bij hoort?! Deze woorden zeggen je niks en tijdens het lezen sla je deze woorden waarschijnlijk over. Begrijpend lezen is dan ook een probleem. Zeker bij vragen op het examen als: Waar slaat het woord ‘omdat’ op. Tijdens de training ‘Ik leer anders’ slaan we al deze woordjes op als plaatjes. Lezen gaat daarna een stuk makkelijker!

 

Beelddenken en hersenen

Jonge kinderen worden geboren met een dominante rechter hersenhelft. Zij maken geen gebruik van taal. Door het bewegen van de armen en benen verkennen zij de ruimte om zich heen. Met klanken (huilen) maken zij duidelijk dat ze iets willen. Alles is gericht op het direct vervullen van een behoefte.

= PRIMAIR DENKPROCES

= beelddenken, de wereld beleven.

Dan leert een kind praten en in woorden denken. Dit omslagpunt ligt rond het derde/vierde levensjaar. Taal gaat overheersen en het kind gaan de wereld ‘beredeneren’.

= SECONDAIR DENKPROCES

= “woorddenken”, de wereld beredeneren.

Een kleine groep mensen (5%?) blijft in beelden denken (primair denkproces, beelddenken). De rechter hersenhelft blijft dominant. De linker hersenhelft kan een achterstand gaan vertonen. Dit hoeft niet. Hoogbegaafde mensen denken in beelden en zijn ook goed in taal en rekenen. Als de linker hersenhelft wel minder wordt ontwikkeld, kan dit leerproblemen veroorzaken.

Beelddenken is een gave

Op latere leeftijd zie je de groep beelddenkers terug in creatieve beroepen: architecten, ontwerpers, aannemers, tekstschrijvers, reclame, kunstenaars, muziekanten, cabaretiers, ICT-ers, enz.

Gebruik je gave om eventuele gebreken aan de linker hersenhelft te compenseren! Zo voorkom je leerproblemen.

Ritme

Beelddenkers hebben vaak gevoel voor muziek. Het herkennen van klanken en ritmegevoel zit in de rechter hersenhelft. Hiermee kun je fonetisch leren op klank (alfabet-lied).

Ruimtelijk inzicht

Driedimensionaal kijken is moeilijk voor te stellen als je geen beelddenker bent. Je kunt een object van verschillende kanten bekijken zonder uit je stoel te komen. Dit betekent ook dat je oplossingen ziet voor problemen die andere niet kunnen bedenken of zelfs kunnen begrijpen.

Denken vanuit totaalbeeld

Een beeld is een vast gegeven (als een foto). Door het in stukjes te hakken wordt het beeld juist onduidelijker. Een beelddenker kan dus ineens een oplossing voor zich zien, zonder dat hij kan verklaren hoe hij daar toe is gekomen. In de klas is dit soms een probleem omdat alles moet worden onderbouwd. Op het werk begrijpen collega’s vaak niet wat je bedoelt. “Zie je het al voor je?” “Huh, nee.”

Verbeelding

Buiten de kaders kunnen denken. Zeer creatief. Ook gebruik maken van leuke originele woordspelingen.

Beleving

De wereld niet beredeneren maar beleven!

Geweldige fantasie

Dagdromen. In deze fantasiewereld kan alles. Er bestaan geen vaste regels. Vraag daarom bij onbegrijpelijk gedrag wat er in het hoofd om gaat. Dit verklaart vaak een hoop.

Kleur

Tekenen, schilderen, ontwerpen. Uitstekend schaduwen kunnen plaatsen, kleuren mengen.

Beelddenken en leerproblemen

Beelddenken is een gave, dit betekent dat je primair denkt met je rechter hersenhelft (zie het hoofdstuk Hersenhelften). Helaas heeft een dominante rechter hersenhelft vaak een zwakkere linker hersenhelft als gevolg. Misschien heb je moeite met leren, last van impulsief gedrag, weinig tijdsbesef, dyslexie enz.

In onze maatschappij hechten we veel waarde aan zaken als taal, geduld, op tijd komen enz. Je kan veel compenseren met je sterke rechter hersenhelft, maar moet ook accepteren dat je nu eenmaal anders denkt en reageert! Enne…. wie bepaalt de norm?

Mogelijke gevolgen van zwakke linker hersenhelft

(dit verschilt per beelddenker):

  • Woorden (taal); mogelijk dyslexie
  • Nummers, probleem met rekenen; mogelijk dyscalculie
  • Slechte planning en weinig tijdsbesef
  • Denken vanuit totaalbeeld
  • Details over het hoofd zien
  • Primair voorkeursdenken

Woorden (taal); mogelijk dyslexie

Beelddenkers zien letters als losse plaatjes. Volgens kleine kinderen: “De letters zijn bijna allemaal hetzelfde want b = d = p = q”. Klanken worden daarom niet op juiste wijze aan deze plaatjes gekoppeld.

Als beelddenkers lezen, slaan ze vaak de woorden zonder beeld over: de, het, dat, hulpwerkwoorden enz. Als ze stil lezen, kunnen ze dus heel snel lezen.

Moeite met taal? Na de training ‘Ik leer anders’ kan je bijna altijd direct sneller hardop lezen (1 of 2 AVI-niveaus) en woorden (dictee) leer je onthouden via woordbeelden.

Nummers, probleem met rekenen; mogelijk dyscalculie

Cijfers zijn abstract, dat maakt rekenen moeilijk. Of beelddenkers blinken juist uit in rekenen, doordat ze het zien als puzzelen!

Veel beelddenkers leren fonetisch (op klank). Vijfentwintig, je hoort eerst de vijf en dan pas de twee. Toch schrijf je 2-5. Vaak schrijven ze eerst de vijf en dan de twee ervoor. Of op jonge leeftijd: 5-2.

Cijfers staan bij beelddenkers vaak niet achter elkaar, het zijn losse plaatjes. 28 klinkt hoger dan 30 (30 is een drie met een nul, drie dus).

Leren rekenen gaat makkelijker met behulp van het cijferveld (totaalbeeld). Tafels kan je visueel opslaan met deze leermethode. Breuken vermenigvuldigen, delen, optellen of aftrekken, kunnen binnen 1 sessie duidelijk zijn.

Slechte planning en weinig tijdsbesef

Beelddenkers staan bekend om chaos! Werken met visuele planborden, taken afbakenen en de dagindeling helder houden kan de nodige rust opleveren.

Bij beelddenkers draait de interne klok vaak te snel. Daarom worden er onmogelijk veel zaken op een dag gepland. Of worden taken tegelijkertijd uitgevoerd. Dit kan zeer uitputtend zijn.

Denken vanuit totaalbeeld

Een niet-beelddenker verzamelt informatie en maakt daar een geheel van. Een beelddenker kijkt vanuit een totaalbeeld en bouwt dit niet op vanuit losse deeltjes. Hij is wel in staat om vanuit een geheel terug te beredeneren (omgekeerd leren). In het onderwijs wordt informatie altijd opgebouwd, een bijna onmogelijke opgave voor een beelddenker. Je kunt jezelf aanleren om eerst het totaalbeeld te overzien (samenvatting hoofdstuk of boek, alfabet, cijferveld 1-100) om vervolgens terug te beredeneren om de lesstof in de klas te kunnen volgen.

Details over het hoofd zien

Een beelddenker ziet het totaal en heeft weinig oog voor details. maak daarom gebruik van computers, spelling-check, controle door derden enz.

Primair voorkeursdenken

Direct behoefte willen vervullen, heeft impulsief gedrag als gevolg. Daarom is het moeilijk om geduld op te brengen. Soms helpt het om in te spelen op het gevoel. Zelf beelden laten oproepen (visualiseren) van de situatie en de mogelijke (negatieve) gevolgen. In sommige gevallen kan afleiden de oplossing bieden.

Beelddenken topdown 1

Beelddenkers denken vanuit een totaalbeeld. De lesstof is net een grote puzzel van 1.000 stukjes. Op de voorkant van de puzzeldoos staat het voorbeeld. Maar die voorkant krijg je niet te zien op school. Elke week krijg je een paar losse stukjes van de puzzel. Een beelddenker wil juist de voorkant van de doos zien, want dan pas weet de leerling waar hij of zij de puzzelstukjes moet plaatsen. Bijvoorbeeld een stukje van een boom. Visuele leerlingen bundelen informatie graag. Vooraf wordt bedacht waar het stukje bij zou kunnen horen. Bijvoorbeeld een bos. Uiteindelijk kan het zo zijn, dat het totaalbeeld een eiland is. Zat je er toch mooi naast.

Een beelddenker ziet een totaalbeeld en kan dit moeilijk opbouwen vanuit losse deeltjes. De leerling is wel in staat om vanuit het geheel terug te beredeneren (omgekeerd leren). In het onderwijs wordt informatie altijd opgebouwd. Een bijna onmogelijke opgave voor een beelddenker. Een beelddenker moet aanleren eerst het totaalbeeld te overzien (1), vervolgens de lesstof terug te beredeneren (2), om uiteindelijk de lessen in de klas te kunnen volgen.

Denkwijze, sorteergedrag beelddenker

Op school wordt het lesmateriaal logisch opgebouwd. Kleine stukjes informatie worden uiteindelijk een geheel. Dit is voor een beelddenker geen makkelijke opgave! De losse stukjes gaan een eigen leven leiden en dragen niet bij aan het geheel. Want de beelddenker koppelt nieuwe informatie graag aan bestaande informatie. In het geheugen gaat hij op zoek naar verbanden vanuit verschillende gezichtspunten (drie-dimensionaal denken).

 

Voorbeeld op school

Leerlingen die in beelden denken, moeten eerst het eindresultaat ‘zien’ of de samenvatting vooraf lezen. Anders wordt de lesstof in het verkeerde ‘vakje’ opgeslagen. Deze kinderen bundelen de informatie dan aan eigen informatie / herinneringen zoals in het onderstaande voorbeeld.

Les 1: De meester bespreekt het varken.
“Ik ben naar de bioscoop geweest naar Babe het varkentje.” De informatie verdwijnt in het hoofd in dit vakje.

Les 2 (week later): De meester bespreekt de koe.
“Bij de Mc Donalds zijn de hamburgers van koeien gemaakt. Ze hebben daar een ballenbak!”

Les 3 (weer een week later): De meester bespreekt de kip.
“Mijn hond heeft een speelgoed-kip. Ik speel vaak met mijn hond in de tuin.”

Na drie weken zegt de juffrouw: “Zo, we hebben de dieren van de kinderboerderij besproken”. Bij de beelddenker passen de in zijn hoofd gevormde bioscoop, ballenbak en rubberen kip niet in de kinderboerderij.

Bij topdown leren (2 van 3) staat hoe een leerling de informatie wel goed had kunnen ordenen en onthouden.

Beelddenken topdown 2

Een beelddenker ziet een totaalbeeld en kan dit moeilijk opbouwen vanuit losse deeltjes. Hij is wel in staat om vanuit een geheel terug te beredeneren (omgekeerd leren). In het onderwijs wordt informatie altijd opgebouwd. Een bijna onmogelijke opgave voor een beelddenker. Aanleren om eerst het totaalbeeld te overzien om vervolgens terug te beredeneren om de lesstof in de klas te kunnen volgen.


We gaan de komende weken de dieren van de boerderij bespreken.

Het beelddenkende kind maakt een vakje in zijn hoofd: de boerderij. Dit zal waarschijnlijk een echt beeld zijn van een stuk land, een huis, een tractor, stallen enz. De komende lessen kan de informatie over de dieren hierin worden verzameld.

 

Beelddenkers ->

Lees bijvoorbeeld eerst de samenvatting van een hoofdstuk. Of geef voor het tellen eerst het cijferveld van 1 tot 100, dan weet je waar al die cijfertjes op slaan en waar de lesstof uiteindelijk voor bedoeld is.

Beelddenken topdown 3

A. Denkwijze, sorteergedrag niet-beelddenker:

B. Denkwijze, sorteergedrag beelddenker:

Een beelddenker gaat de lesstof ziften (uit elkaar trekken) en op zijn manier ordenen (wat zijn de verbanden vanuit de verschillende gezichtspunten). Het eindresultaat is daarom anders dan dat van zijn klasgenoten. Als vooraf het eindresultaat duidelijk zou zijn, had hij de informatie anders opgeslagen in zijn geheugen. Deze leerlingen moeten dus leren leren. Vooraf eerst de lesstof als totaalbeeld leren voordat je de losse stukjes in de les krijgt aangeboden. Dan leren ze vaak zelfs sneller.

Beelddenken en ruimtelijk inzicht

Driedimensionaal denken is moeilijk voor te stellen als je geen beelddenker bent. Je kunt een object van verschillende kanten bekijken zonder uit je stoel te komen. Dit betekent ook dat je oplossingen ziet voor problemen die andere niet kunnen bedenken of zelfs kunnen begrijpen. Een grote groep beelddenkers heeft deze gave. (De groep beelddenkers die lesstof fotografeert i.p.v. visualiseert, heeft deze gave minder.)

Spiegelen / draaien van letters

Beweging in je hoofd betekent creativiteit. Een beelddenker kan objecten in zijn hoofd laten draaien. Zoals een architect om het gebouw in zijn hoofd kan lopen, voordat het op papier staat.

Op jonge leeftijd zie je beelddenkers vaak worstelen met letters. Zij spiegelen en draaien de letters. Ook kunnen zij vaak in spiegelbeeld schrijven. Wij noemen het dansende letters.

Het leest lastig als de letters blijven draaien. Met het alfabet geven we de letters voor het eerst een vaste plek. Daardoor krijgen ze eindelijk een vaste vorm en met daaraan gekoppeld een klank:

Beelddenken en impulsief gedrag

Impulsief gedrag = direct behoefte willen vervullen

Ieder kind wordt geboren met een dominante rechter hersenhelft. Logisch, want de taalontwikkeling en het beredeneren komt pas op latere leeftijd.
Een goed voorbeeld: een baby heeft honger. Hij gaat huilen, krijsen en met zijn armen en benen zwaaien om de aandacht van zijn moeder te krijgen
= PRIMAIR DENKPROCES.

De baby zal niet beredeneren dat zijn moeder aan het stofzuigen is, en dat hij dus even moet wachten.
= SECONDAIR DENKPROCES.

Rond het tiende levensjaar is de linker hersenhelft zo goed als ontwikkeld en neemt het secondaire denkproces de overhand.
Bij beelddenkers is dit niet het geval, zij blijven de voorkeur houden voor het primaire denkproces. Dit heeft als gevolg dat zij altijd direct hun behoefte willen vervullen. Autoriteiten maken niet veel indruk, het gevoel van binnen overheerst. Alleen “nee” zorgt daarom voor veel onrust. Geduld moet worden aangeleerd door bijvoorbeeld begrip te vragen voor de ander. Soms kan je de aandacht afleiden van het (gevoelige) onderwerp.

Kind wil limonade

Het beelddenkende kind wil ook direct zijn behoefte bevredigen. Beredeneren kent hij niet en hij voelt alleen een dringende behoefte: EEN GLAASJE LIMONADE, NU. Elk argument van zijn moeder zal het kind verwerpen, simpelweg omdat het niet in zijn denkproces past. Als hij zijn behoefte niet direct kan bevredigen, kan dit een driftbui veroorzaken. Hij krijgt uiteindelijk het stempel van een ongeduldig kind dat nooit wil luisteren.

Vraag of mama tegelijkertijd kan stofzuigen en limonade inschenken. Het kind vormt zich nu een beeld van de situatie. Schrik niet van een creatief antwoord want beelddenkers zijn heel vindingrijk als ze iets voor elkaar willen krijgen.

Bij driftbuien (kortsluiting noem ik het ook wel eens) kan afleiden van het onderwerp soms de oplossing bieden. Zeker als je het als ouder even niet meer weet. Roep lolly (of suikervrije kauwgom), en het is stil… Vaak zijn ze direct afgeleid van het kritische onderwerp.

Hyperfocus

Beelddenkers kunnen extreem hyperfocussen op een onderwerp. Het laat je niet los! Op latere leeftijd zie je dit gedrag terug in bijvoorbeeld spontaan/impulsief aankoopgedrag. En als je het niet koopt, blijft het in je hoofd zitten.

Of je helemaal vastbijten in een bepaald onderwerp en er alles over willen weten. Je bent er dan zo mee bezig dat je alle tijd om je heen vergeet.

Beelddenken en Hoogsensitief

Secondair denkproces: De wereld beredeneren.

“Ik zie een boom.”

Daardoor kan je jezelf buiten het beeld plaatsen.
Dit geeft rust en overzicht.
Een rot gevoel kan vaak worden opgelost door de situatie van afstand,
logisch te beredeneren.

Beelddenkers:

Primair denkproces: De wereld beleven.

“Ik ‘beleef’ een boom.”

Binnen is buiten en buiten is binnen in mij


Tip: go with the flow

Overweldigend

De wereld beleven is heerlijk, maar het kan ook een gebrek aan overzicht betekenen. Daarom zie je dat veel beelddenkers eerst (lang) de kat uit de boom kijken voordat ze zich ergens IN STORTEN. Voor buitenstaanders lijkt dit gedrag tegenstrijdig (verlegen – wild).

Beelddenkers voelen hun omgeving

Beelddenkers lezen lichaamstaal en voelen spanning en emoties sterker aan.
Geluiden, reuk en beelden worden niet gefilterd. Alle indrukken komen binnen. In boeken over hoogsensitiviteit herkennen beelddenkers veel eigenschappen.

Concentratieproblemen in de klas: koptelefoon

In de klas reageren deze leerlingen op elk onverwacht geluid. Een soort instinct.

De school kan ook een koptelefoon aanschaffen die speciaal voor kinderen is gemaakt om stil te kunnen werken.

Oordopjes kunnen ook goed werken, of een koptelefoon met muziek.

Concentratieproblemen in de klas

Beelddenkers zitten vaak met hun gezicht naar de muur in het lokaal om afleiding te voorkomen. Gebruik liever een PC. De leerling is dan gefocust op het scherm en minder met de omgeving bezig. Aan de buitenkant van de klas met het gezicht naar het bord is vaak de beste werkplek.

In de klas kan een StudyBuddy uitkomst bieden. Een tijdelijk schot helpt je concentreren. Je kiest zelf wanneer je de StudyBuddy open klapt. Dicht is het een tafelblad.

Overprikkeld raken

Veel invloeden van buiten af en gebrek aan overzicht, kunnen uiteindelijk angsten veroorzaken. Zorg voor voldoende rustmomenten (prikkel-vrij) gedurende de dag om weer op te laden. Denk daarbij aan bijvoorbeeld een koptelefoon uit de bouw (stilte). Vaak helpt een TV-programma of computer(spel) om de wereld even buiten te sluiten. Kijk wat voor jou prettig voelt!

Rot gevoel

Beelddenkers kunnen een rot gevoel vaak moeilijk van zich afzetten (angst, spanning, boosheid of verdriet). Praten en de situatie logisch beredeneren helpt meestal niet. Je kunt voor je gevoel geen afstand nemen van de pijnlijke situatie. Het gevoel is met jou verweven. Het is jouw interne beleving!

Beelddenken en dyslexie

Niet elke beelddenker heeft last van dyslexie. Wel zijn er veel beelddenkers waarbij het lezen niet op gang komt. Ook blijven leerlingen vaak fonetisch schrijven (zoals je het hoort). Veel beelddenkers met een dyslexieverklaring kunnen wel taal leren door te visualiseren. 

Het lezen komt pas op gang als deze leerling woordbeelden gaat lezen. Dit betekent dat ze hele woordbeelden herkennen (als een logo), zonder de losse letters te lezen. Ze moeten dus eerst de woordpakketten doorwerken voordat het leesproces op gang komt. Daarvoor gebruiken we het computerprogramma de online trainer Ik leer anders. Beelddenkers kunnen vaak de spellingsregels niet onthouden. Zij leren door woorden te visualiseren.

Ook kan een topdown aanpak hier werken. Te beginnen met het visualiseren en aanbieden van alle eenvoudige spellingsregels t/m groep 8. Daarna stapsgewijs woorden uitpluizen, visualiseren, de fouten zoeken, in feite de woorden beleven, maar dan met eenvoudige spelliingsregels die visueel in een boekje naast het spellingswerk wordt gebruikt.

Beelddenken en ADHD / ADD

Deze leermethode werkt ook voor de groep leerlingen met de diagnose AD(H)D. Want zijn er mensen met ADHD-symptomen die niet in beelden denken?

Beelddenken en autisme

Een hele kleine groep beelddenkers “fotografeert” de lesstof. Vaak zien we dit terug bij mensen in het autistisch spectrum. Ook bij andere leerlingen.

Fotograferen in plaats van visualiseren

Met de leermethode ‘Ik leer anders’ maken we gebruik van visualisaties. Bijvoorbeeld: een  leerling maakt een plaatje van een dictee-woord in zijn of haar hoofd. Dit wordt met fantasie op een denkbeeldige muur of in een kast geschreven . Een kleine groep beelddenkers ziet het woord alleen in de lucht. Zij maken er als het ware een foto van. Deze kleine groep leerlingen lukt het vaak niet om het woord in het hoofd te visualiseren. Dit is ook niet nodig. Als ze willen, kunnen ze het woord opnieuw in de lucht projecteren. Met ogen open lezen ze de informatie. Zij kijken dan recht voor zich uit of iets omhoog.

Beelddenken en hoogbegaafd

Veel hoogbegaafde leerlingen denken in beelden. Vaak is er sprake van een vorm van dyslexie of hebben zij moeite met het automatiseren van sommen en tafels. Door woordbeelden en tafels visueel op te slaan, kunnen zijn de lesstof wel onthouden. Naast het visualiseren van de lesstof, hebben hoogbegaafde leerlingen ook behoefte aan top-down leren. Oftwel denken vanuit een totaalbeeld.

 

Denken vanuit een totaalbeeld

Beelddenkers denken vanuit een totaalbeeld. De lesstof is net een grote puzzel van 1.000 stukjes. Op de voorkant van de puzzeldoos staat het voorbeeld. Maar die voorkant krijg je niet te zien op school. Elke week krijg je een paar losse stukjes van de puzzel. Een beelddenker wil juist de voorkant van de doos zien, want dan pas weet de leerling waar hij of zij de puzzelstukjes moet plaatsen. Bijvoorbeeld een stukje van een boom. Visuele leerlingen bundelen informatie graag. Vooraf wordt bedacht waar het stukje bij zou kunnen horen. Bijvoorbeeld een bos. Uiteindelijk kan het zo zijn, dat het totaalbeeld een eiland is. Zat je er toch mooi naast.

 

Een beelddenker ziet een totaalbeeld en kan dit moeilijk opbouwen vanuit losse deeltjes. De leerling is wel in staat om vanuit het geheel terug te beredeneren (omgekeerd leren). In het onderwijs wordt informatie altijd opgebouwd. Een bijna onmogelijke opgave voor een beelddenker. Een beelddenker moet aanleren eerst het totaalbeeld te overzien (1), vervolgens de lesstof terug te beredeneren (2), om uiteindelijk de lessen in de klas te kunnen volgen.

 

Plus-klas

Een aantal scholen gebruiken de leermethode ‘Ik leer anders’ in een plus-klas. Leerlingen krijgen dan als pre-teaching de lesstof top-down aangeboden zodat ze de losse stukjes in de reguliere lessen beter begrijpen.

Is je kind een beelddenker?

 

  1. Kan jouw zoon of dochter goed puzzelen?
  2. Houdt je kind veel van de TV en/of spelcomputer?
  3. Speelt je kind graag met constructiespeelgoed (Lego e.d.)?
  4. Heeft je kind een levendige verbeelding en kan daardoor op gaan in zijn/haar fantasiewereld?
  5. Wordt hij/zij makkelijk afgeleid?
  6. Moet je instructies vaak herhalen voordat taken worden  uitgevoerd?
  7. Heeft je kind laat leren lopen?
  8. Wiebelt hij/zij veel?
  9. Eerst doen en dan pas denken?
  10. Is hij/zij overweldigend aanwezig op verjaardagen en in pretparken? (Na eerst de kat uit de boom te hebben gekeken.)
  11. Denkt je kind erg zwart-wit?
  12. Is hij/zij erg perfectionistisch, die niet graag faalt (gevoelig voor kritiek)?
  13. Wint je kind graag en is het een slechte verliezer?
  14. Herinnert hij/zij gebeurtenissen gedetailleerd (zelfs van jaren geleden)?
  15. Heeft je kind problemen met het vasthouden van een pen, slecht handschrift?
  16. Heeft je kind een allergie, last van astma of veel oorontstekingen (gehad)?
  17. Heeft je kind een goed gevoel voor humor (creatieve woordspelingen)?
  18. Moeten de etiketten uit kleding geknipt worden? Draagt hij/zij graag zachte stoffen en heeft hij/zij bijvoorbeeld een hekel aan harde knoopjes (hoogsensitief)?

 

Heb je 10 van de bovenstaande vragen met ‘ja’ beantwoord? Dan is jouw kind waarschijnlijk een beelddenker.

Beelddenker of niet?

De meeste ouders herkennen hun kind direct bij het beantwoorden van bovenstaande vragen. Deze lijst benadrukt met name de drukke kant van beelddenkers. Er zijn daarentegen ook veel beelddenkende kinderen die juist rustig zijn. Ieder mens is anders en uit zich ook anders. Zo zijn er al drie type beelddenkers (gevoelsmens, creatieve geest, rechtlijnige beelddenker) en alle mogelijke varianten van deze verschillende karaktereigenschappen.

Gelukkig zie je direct of deze leermethode werkt. Een beelddenker spelt een woord met gemak van voor naar achter en van achter naar voor. Dat lukt alleen als je het woord kan visualiseren. Altijd proberen! Want als je zoon of dochter in beelden denkt, wordt het leren opeens een stuk makkelijke

Ben jij een beelddenker?


  1. Denk je vooral in beelden in plaats van woorden?
  2. Weet je dingen, zonder in staat te zijn uit te leggen waarom?
  3. Los je problemen op ongebruikelijke wijze op?
  4. Heb je een levendige verbeelding?
  5. Herinner je wat je gezien hebt en vergeet je wat je hoort?
  6. Ben je verschrikkelijk slecht in het spellen van woorden?
  7. Kun je zaken visualiseren uit verschillende perspectieven?
  8. Ben je organisatorisch gehandicapt?
  9. Verlies je vaak het bewustzijn van tijd?
  10. Lees je liever een kaart dan mondelinge aanwijzingen te volgen?
  11. Herinner je plaatsen die je slechts een maal bezocht?
  12. Is je handschrift voor anderen moeilijk leesbaar?
  13. Kun je aanvoelen wat anderen voelen?
  14. Ben je muzikaal, artistiek of mechanisch aangelegd?
  15. Weet je meer dan anderen denken dat je weet?
  16. Heb je een hekel aan spreken voor een groep mensen?
  17. Voel je je slimmer naar mate je ouder wordt?
  18. Ben je een slaaf van je (spel)computer?

 

Als je 10 van de bovenstaande vragen met ‘ja’ hebt beantwoord, bent je zeer waarschijnlijk een beelddenker. 

Niet één beelddenker is hetzelfde: De één is creatief, de ander dromerig of heel zwart/wit denkend. Wie ben jij?